De trein is drie kwartier te laat,wat hier heel normaal is en waar niemand zich aan stoort. De op papier elf uur durende reis loopt uit tot twaalf uur.
Het is een prachtige lucht en schitterend licht als we in de buurt van Chiangmai aankomen.
De bijna droge rivier schuift onder ons voorbij en maakt het plaatje compleet.
In Chiangmai aangekomen moet ik wachten op Yves die nog niet terug is van de behandeling bij zijn tandarts. Ik ontbijt op het plein voor het station en laat mijn verkilde lijf (van airco in de trein) opwarmen door de heerlijke zonnewarmte.Net als ik door en door warm ben en de schaduw moet opzoeken komt Yves op de brommer aanrijden.Nog ontdaan van het sneuvelen in de oven van enkele door hem gemaakte beelden,begroet hij mij. Het is een ritje van zo,n vijfentwintig minuten naar zijn huis in Sarapee dat buiten de stad ligt.
Er verder een rustige dag van gemaakt met bijpraten, de onderweg gehaalde vegetarische maaltijd op het terras genuttigd, een dutje gedaan en wat in zijn tuin gewerkt.
Voor de namiddag staat er altijd een meditatie in de buitenlucht (als het tenminste niet te warm is) op het programma. In de avond werd het behoorlijk fris, anders dan in LopBuri.
Met de volgende link kun je website van Yves bezoeken
www.aids-hospice.com
op deze website kun je onder -volunteers-holland-huub ook nog vroegere dagboek fragmenten van mij vinden.
.....wordt vervolgd, (morgen schrijf ik het stuk dat net van het scherm verdwenen is opnieuw)
intussen is het morgen!
Yves vraagt me om morgen mee te gaan naar een paar zieken die hij en een kennis twee keer in de week gaan verzorgen. Een van deze patiënten zegt hij, kan goed een massage gebruiken.
Deze ongeveer vijftig jarige man is tien jaar geleden bij een controle in het ziekenhuis ongelukkig ten val gekomen en had daarbij een nek beschadiging opgelopen.Bij een operatie daaraan is hij vanaf zijn nek naar beneden verlamd geraakt.
Ik werd pas om acht uur wakker vanmorgen, hoor dat de kennis van Yves al is gearriveerd, dit terwijl we om tien uur zouden vertrekken.Snel drink ik mijn hete mok thee op en eet twee geroosterde sneetjes brood met eigen gemaakte honig en ster vrucht jam.
Een snelle douche en om half negen zitten we op de brommer.Noy voorop met de zijspan brommer omdat zij de weg weet.
Zelfs met het van Yves geleende fleece jacket aan heb ik het koud.
Knap hoe ze de allemaal op elkaar lijkende steegjes uit elkaar weet te houden, wat voor mij is als een doolhof overkomt.
Ergens ver afgelegen komen we bij een oud houten huis aan.
In de hoek van een grote ruimte ligt, op een roestig ziekenhuis bed een man die spastisch met hoofd, mond en wenkbrauwen beweegt.
Op de vloer iets verder van hem vandaan zitten een paar mensen die ons vriendelijk begroeten.
Yves stelt me aan de man voor en begint met de wond verzorging.
Vooral een van de knieën ziet er slecht uit.Het andere been heeft een groot diep litteken van genezen decubitus.
Terwijl ik de benen van de man overeind hou kan Yves de wonden schoon maken en verbinden.
Ondertussen is er een ketel water gekookt om de man te wassen en wast Noy de man als Yves nog bezig is.
Dit omdat het koud in de ruimte is,en de man niet teveel afkoelt.
De rug van de man ziet er vreselijk uit, ook hier diepe kloven van gedichte decubitus.
De plek van zijn linker heup heeft een tot op het bot een stinkende wond.
Gelukkig is er een pot met crème voor handen waarmee ik de man insmeer en masseer.
Terwijl Yves en Noy met de familie praat.
Als ik hem aankijk om te vragen of de massage niet pijnlijk is,stoppen plotseling de spasmen in zijn gezicht en verschijnt er een prachtige glimlach.
Alsof de hemel even open gaat en me zo diep raakt dat tranen vanuit mijn tenen naar boven geduwd worden en in mijn ogen een uitweg zoeken.
Graag had ik nog veel langer willen masseren, maar we moeten verder naar de volgende patiënt.
Naar de plek van deze man moeten we zoeken,het is de eerste keer dat ze bij deze man komen en weten niet wat ze zullen aantreffen.
Op een braak liggend terrein staat een krot van verroeste golfplaten en los gelaten triplex platen.
Door de opening waar vroeger misschien een deur heeft ingezeten zien we naast een smerige matras op de houten planken een naakte man in de kou van deze morgen liggen.
Ik heb hier al veel ellende gezien maar dit onmenselijk, mensonterend aanzicht maakt me sprakeloos.
Noy heeft een doos met een half dozijn pakjes sojamelk bij zich en geeft de man er een van, die hij in een teug leeg drinkt. De deken die we over hem heen leggen schuift hij weer van zich af.
Ik maak een tweede pakje melk open en steek er een rietje in en ook dat gaat er in een teug in.
Een derde durf ik even niet te geven, bang dat het teveel is.
Er is een vrouw bij ons komen staan, die ons naar deze plek zag gaan.
Een andere vrouw zou de man nu en dan wat te eten brengen. de vrouw verteld dat de man (die hier schijnbaar in dit kotje als zonderling leefde) voor een operatie aan zijn heup(hij heeft een met krammetjes gedichte snede van zo,n vijfentwintig centimeter op zijn rechter heup) naar het ziekenhuis moest en daarna daar ontslagen is en geweigerd wordt in een hospice hier in de buurt.
Naast het stuk grond waar de man op verblijft staat een enorm groot huis waar een dokter in zou wonen.Het is onbegrijpelijk deze erbarmelijke situatie.
Er wordt even met de verwarde man gepraat en dan overlegd wat te doen.Yves maakt een paar foto,s om mensen van de gemeente te confronteren.
Deze keer laat de man de deken die Yves over hem heen legt liggen.Ik geef hem nog een pakje melk en verlaten we het terrein dat bezaaid is met allerlei troep en afval.
s.Middags kan ik bij de meditatie de beelden van vanmorgen moeilijk los laten.
Yves is blij met de oplossing die de kunstenaar hem gisteren aandroeg,hoe de gebarsten beelden te repareren en gaat aan de slag.
Ik eet een heerlijke fruitsalade waar ik even aan de pikante smaak ervan moet wennen.
De combinatie suiker, zout, azijn en pikant zijn wij en Nederland niet gewend.
Yves is verbaast dat ik maar drie dagen blijf "die hele reis voor zo,n kort verblijf ".
Maar voor mij is het genoeg geweest, ik vond het heel fijn, heb kunnen uitrusten en zelfs in de zon gezeten,waar het in lopBuri veel te warm voor is.
Ik heb het gevoel,door alle eenvoud,stiltes en meditaties op retraite te zijn geweest.
Het voelt goed te weten terug te gaan naar LopBuri.
Om vijf uur brengt Yves me naar het station.
We wringen ons door de avondspits, moet mijn knieën dicht tegen het zadel houden, omdat Yves,laverend elk gaatje benut dat hem iets meer naar voor in de file brengt.
Gelukkig op tijd vertrokken komen we ruim op tijd aan bij het station,waar het in tegenstelling tot LopBuri wemelt van de westerlingen.
In de trein,die stipt op tijd vertrekt,zit een Thaise vrouw schuin tegenover me die steeds naar me zit te kijken. In LopBuri wordt ik wel meer bekeken, zeker door kinderen, maar hier in Chiangmai ben je als blanke echt geen uitzondering.
Na een tijdje als het Deense meisje waarmee ze in gesprek was naar het toilet is, buigt ze zich naar mij toe en zegt ze heel bedeesd dat ze me op de tv heeft gezien en steekt haar duim omhoog.
Verbaast en een beetje verlegen lach ik het complimentje weg.
Later neemt een zwaar beladen Thaise op de laatste onbezette plek voor me plaats.
Ze ploft zwetend en hijgend op de bank neer terwijl er door de perser nog een groot koffer wordt nagedragen.
Zij verteld in Amerika te wonen en hier in Lampang waar ze opstapte op familie bezoek was.
Ze maakt grapjes met de man die de bedden komt opzetten.
Hij doet zich zo genaamd zielig voor en klaagt dat hij weinig waardering krijgt.
Tekens krijg ik tussen de bedrijven door, een stukje van de vertaling van haar door.
Ik heb in al die vijf en dertig jaar zegt hij,dat ik bij de spoorwegen werk slecht een keer een bonus van honderdvijftig baht ( 3,75 euro) van mijn baas gehad.
Ik kan de slaap niet vatten,draai van de ene op de andere zij en val uiteindelijk ergens na twee uur pas in slaap.
Tegen half vijf wordt ik wakker,terwijl we om vier uur in lopBuri (men wordt op tijd gewekt) zouden moeten zijn.
In plaats daarvan wordt het vijf voor half zeven.
Wat ik deze keer niet zo erg vind,nu weet ik zeker dat ik een brommer taxi klaar staat.
Om kwart over zeven lig ik in bed om toch nog even te slapen voordat ik naar het hospice ga.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten