Mijn plan was om maandag (22 febr.) terug naar Lopburi te gaan, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat het dan een feestdag is. Met het gevolg dat de trein is volgeboekt is en ik pas voor de nachttrein van woensdag een kaartje kan krijgen.
Ik heb het in Chiangmai best naar mijn zin, maar ben in mijn hoofd toch veel met de patiënten in Lopburi bezig.
Vandaag heeft Thong, een van de drie mensen met een volledige dwarslaesie ( hij is tot zijn oksels verlamd die door Yves zijn opgenomen, gezwommen. Yves en ik hebben hem samen "te water" gelaten.
Voor het eerst heeft hij helemaal zelfstandig met behulp van arm ondersteuning en met ons op een afstandje in paraatheid een paar baantjes met armslag gezwommen.
Moe, maar vooral trots hijsen wij hem weer veilig op de kant.
Thong in zijn element.
Tegen vijf uur brengt Yves me op de brommer naar het station. Gelukkig dat we op tijd vanwege het spitsuur vertrokken zijn, want bijna aan het einde van de twintig minuten durende rit laat de achterband van de brommer het afweten. Met een kwartiertje vertraging, en een nieuwe binnen achterband, maar nog goed op tijd arriveren we bij het station.
Precies op tijd vertrekt om zes uur de trein uit ChiangMai om aan de 580 km lange terugreis te beginnen.
donderdag 25 februari
Na tien en een half uur, ik heb denk ik twee uurtjes geslapen, rijden we het verlaten station van LopBuri binnen. Er staat één brommer taxi, maar die vraagt voor het ritje naar het guesthouse maar liefs100 bath. Ik gun hem in dit vroege ochtend uur best een speciale prijs, maar weiger om afgezet te worden en loop demonstratief door.
Ik besluit een stuk te lopen, de temperatuur is heerlijk, mijn rugzak niet erg zwaar en ben blij dat ik mijn benen even kan strekken.
Ik denk dat ik op de rotonde (twee km verderop) Saw Keaw wel weer keuze heb om een andere brommer taxi te nemen. Onderweg op de lange straat van oud en naar nieuw LopBuri komt een taxi brommer naast me rijden. Ik vermoed, maar kan het in het donker niet goed zien dat het dezelfde man is die ik daarnet aansprak en dat hij me achterna gereden is om alsnog het ritje te vangen. Ik vraag wat hij telt voor de rit en weer hoor ik honderd bath. Ik zeg dat ik het voor de helft doe en daar zwicht hij voor.
En zo lig ik om kwart over vijf in mijn bed.
Als ik bij het hospice kom krijg ik een begroeting alsof ik een jaar ben weg geweest.
Sommigen vragen of ik ziek ben geweest vanwege mijn afwezigheid.
Anderen moet ik uitleggen dat ik langer dan een week ben weggebleven vanwege drukte met de trein.
Nuttawan begeleid door Jao.
Wie had dit een maand geleden gedacht? Alles leek erop dat ze het niet zou halen.
Ze is goed bij aan het komen. Ik zag vandaag ook dat ze praat en contact heeft met mensen om haar heen.
Hoewel het meer hangen over de schouders van Lang dan lopen is ben ik toch heel enthousiast over het oefenen van Sawat.
vrijdag 26 februari.
Ploy zit buiten op de balustrade en piekert, kijkt bezorgt als ze met Fhon praat over doodgaan. Met opgetrokken benen dat haar magere lichaam nog enig sinds volume geeft spreekt ze met zuinige worden en luistert naar de troostende woorden van Fhon.
Ze weet dat ze op deze manier geen kans heeft, hoe ze ook probeert te eten, haar lichaam weigert de voeding op te nemen en wordt steeds zwakker.
foto van Ploy met haar zoontje Mapot in betere tijden.
Ze deed toen nog mee in de dansgroep die optreedt voor de vele grote groepen bezoekers.
Ondanks de achterstand vanwege mijn afwezigheid vind ik tussen de vele knip en scheerbeurten toch nog kans om Sangwan een gezichtsbehandeling te geven. Als ze me ook nog vraagt om haar haar bij te knippen vraag ik of dat ook morgen mag.

































