Pon van bed 17 wenkt me (Pon de "tekenaar" is een van de vijf patiënten die niet kan spreken) en wijst me dat hij de tekening die hij van mij gemaakt heeft wil fixeren,maar dat de bus leeg is.
De enkel van Wanlop is een stuk minder gezwollen.Ik doe hem er een rekverband (toevallig had ik er twee uit Nederland meegenomen) omheen als ondersteuning zodat hij toch voorzichtig erop kan lopen
En weer zegt Lop me, zoals altijd als ik iets voor hem doe, op zijn beste, keurige Engels "thank you Sir"
Sanan (dus niet Anan of Annan en ook niet Sajan, ja het valt niet mee ze uit elkaar te houden) ligt nog steeds met het kerstmannetje dat ik hem gaf op zijn buik. Vertederend om te zien.
Als ik bij Pakai sta roept ze dat ik op mijn knieën moet gaan zitten.Ik weet even niet wat gaande is. Wat blijkt, de Abt en de andere monniken komen langs (vandaag en morgen speciale dag) om een geschenk/offer aan te nemen in hun grote nap (meestal iets van voeding).Pakai duwt me van alles in mijn handen dat ik moet offeren. Ik kijk stiekem hoe Pakai dit doet. Doch een monnik mag niet iets rechtstreeks van een vrouw aannemen en gaat alles dus via mij. Ik voel me een beetje opgelaten met mijn gestuntel,maar weet nu wel hoe het morgen moet.
Ik moet een gaatje in mijn broekriem bijmaken.Mijn broek zakt steeds af. Nou ja het is crisis, iedereen moet de broekriem wat aanhalen, toch?
Omdat er vandaag twee Thai vrijwilligers aanwezig zijn, heb ik wat meer tijd om in de tbc ruimte bezig te zijn,waar toch al sneller aan voorbij wordt gegaan.Ik geef iedereen een massage en zo kan ik ook wat beter kennis maken met de nieuwe patiënt, Nèn in bed 28,wat toch een jongen blijkt te zijn.
Bij Audom masseer ik de van vocht gezwollen voet tot hij wat geslonken is en doe hem dan een wat strakke sok aan.
De pijnlijke voet van Sajan kan ik bijna niet aanraken en ook hem doe ik ter bescherming zijn voet inzwachtelen.
De stille Mana probeert na de massage van zijn benen met een looprek wat rond te lopen.
Sontaya van bed 25 (ook in de TB ruimte) is gisteren na controle in het ziekenhuis moeten blijven.
Jirawadee klaagt over een pijnlijke rug, die ik op haar verzoek masseer.
Boonsom (bed 24) is stervend, ze hebben haar zojuist aan de zuurstof gelegd, Samen met Tiboa verwisselen we het vuile onderlaken.Ik probeer voorzichtig haar bloederige mond wat schoon te maken.
Naam is weer in een vriendschappelijk gevecht met Pon.Toch slaat ze hem zo hard met een tekenlat dat hij blauwe plekken heeft,maar dat deert Pon niet.Later zie ik dat hij met zijn niet verlamde hand de plekken toch met een soort tijgerbalsem insmeert.
Als ik Sunisa aan het masseren ben hoor ik ineens tumult uit de Tb ruimte... Jirawadee heeft een epileptische aanval en heeft het schuim op haar mond. Met een paar mensen die erop af gerend zijn houden we het hevig schuddende meisje in bedwang. Een tien minuten laten komt ze weer bij, nadat Wi haar een injectie heeft gegeven.Verontwaardig kijkt ze met grote ogen om zich heen. Ik stel haar op haar gemak en even later zit ze weer rechtop.Ik schrik er gelukkig niet meer zo als vroeger,nu dit al een paar keer is gebeurd.Maar het blijft een naar gezicht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten