Een verslag van Thomas Elshout. maart 2014
Het is anno 2014 alweer 7 jaar geleden dat ik voor het eerst in Thailand kwam en vooraf werkelijk geen idee had van hetgeen me te wachten stond.
Destijds heb ik vrijwilligerswerk verricht in een weeshuis in Singburi.
In de weekenden maakten we uitstapjes in de omgeving en daarbij mocht een bezoek aan de ooit roemrijke hoofdstad LopBuri -nu haast bekender vanwege de vele aapjes- volgens mijn Thaise begeleider Mick niet ontbreken.
Pas in LopBuri werd ons verteld dat we ook een bezoek zouden brengen aan de tempel waar patiënten met HIV en Aids verzorgde. Geheel onvoorbereid reden we dan ook richting bergpartij waartegen de tempel en het hospice zijn gebouwd.
Ik herinner me mijn eerste indruk van het tempelterrein nog goed. Met de vrijstaande bungalows had het wel iets weg van een vakantiepark. Dat beeld smolt echter als sneeuw voor de zon toen de rondleiding ons bij het "Human Body Parts Museum" bracht. In de expositieruimte werden we geconfronteerd met allerhande ledematen op sterk water en ingedroogde overledenen met als doel ons als bezoeker te shockheren. Missie geslaagd.
De tour bracht ons destijds ook bij de ziekenzaal waar ik me uiterst oncomfortabel voelde bij de wandeling langs de patiënten in groepsverband. Het is lastig de emotie van destijds onder woorden te brengen maar ik denk dat machteloosheid het dichts in de buurt komt.
Als laatste kregen we een kijkje in de laatste rustplaats van oud-patiënten, een tempel waar enorme stapels witte zakken gevuld met as van de overledenen lagen opgestapeld rond een groot buddhabeeld.
Op de terug weg naar de toegangspoort kregen de beeldjes langs het pad, vervaardigd uit vermalen botten en as, een dubbele lading. In minder dan de duur van een gemiddelde speelfilm hadden we leven, dood en het leed daartussen gezien. Het duurde een aantal dagen voor ik dit bezoek mentaal had verwerkt.
Achteraf bezien vraag ik me af of de slechte voorbereiding op ons bezoek destijds goed of slecht is geweest. Door het schrikeffect is deze bijzondere plek me immers wel helder bijgebleven. 7 jaar later heb ik de kans gegrepen wat voor het hospice terug te doen. Iets waardevols. Goed voorbereid.
Ik besloot een half jaar te gaan fietsen in Thailand en Laos voor het goede doel. Een van die goede doelen is het aidshospice geworden. In nauwe samenwerking met Huub hebben we bekeken aan welke materialen het meeste behoefte is. Al snel bleek dat het beddengoed en het vervangen van een oude koelkast. Zo bracht mijn eigen inzamelingsproject me zeven jaar na dato weer terug op die bijzondere plek.
Door mijn eerste bezoek maar vooral door het lezen van dit blog, heb ik me deze keer stukken beter op mijn bezoek kunnen voorbereiden. Wat me bij het betreden van het terrein meteen opvalt is de aanwezigheid van een grote nieuwe tempel waar nog grondig aan gewerkt wordt. Ook wordt er nijdig gebouwd aan een nieuw hospice nabij het oude.
Onveranderd blijft het sterke contrast tussen leven en dood met naast de beddenzaal de crematie ovens.
Naast de feitelijke wijzigingen op het terrein voelt ook mijn aanwezigheid deze keer heel anders.
Ondanks dat ik nog steeds een fysieke afstand voel tussen mezelf en de patiënten, is er deze keer ruimte voor een praatje en vallen me de bijzondere karakters en eigen bezigheden van de patiënten eigenlijk pas goed op. De een tekent prachtige portretten, de ander vervaardigd sieraden op bed. En allemaal lachen ze even vriendelijk, hoe zichtbaar sommige ook lijden.
Maar het blijft ook cru om te zien hoe elders op het terrein een paleis wordt voltooid terwijl er in de ziekenzaal gesprongen wordt om verpleging en goed materiaal. De efficiëntie van het Westen gaat hier duidelijk niet op. Ik besef me goed dat het werken als vrijwilliger in deze situatie veel geduld en aanpassingsvermogen vereist.
Deze keer verlaat ik het hospice met een heel ander gevoel. Ik heb dankzij de donaties aan mijn project in ieder geval alvast een koelkast, een speciale anti decubitus luchtmatras en twee lakensets
voor alle bedden kunnen schenken. Het gevoel van machteloosheid heeft plaats gemaakt voor tevredenheid maar ook uitdaging.
Er zijn namelijk meer betrokken vrijwilligers nodig en het is een kunst om die te langere tijd te laten komen. Want ze komen het beste goed voorbereid.
De wond op het rechterheup gebied van Mali, die niet echt genezen wil.
Vandaag lag Mali weer bijna de hele dag te slepen, het gaat heel wisselend met haar
Al dagen ben ik niet meer toegekomen aan het oefenprogramma met Lek.
Jao heeft het gelukkig overgenomen zag ik.
Als ik opkijk wanneer ik hoor roepen zie ik Annan naast zijn rolstoel in het halletje op de vloer liggen.
Ik loop naar hem toe om de lachende Annan op te tillen en glij uit over een plasje water op de vloer. Met ons twee liggen we op de vloer en Annan lacht nog harder. Gelukkig heeft hij zich niet bezeerd.
de schooljeugd heeft grote vakantie, Ampai met haar zoon.
Het was een hele toer om Sirichai onder de douche te krijgen. Hij zei dat hij vanmorgen onder de douche is geweest, maar vergeet dat hij zich helemaal onder heeft geplast. Ik moet praten als Brugman en behoorlijk pouchen. Met hulp van Tiboa lukt het, die het bed verschoond terwijl ik Sirichai inzeep.
Tiboa die normaal gesproken om de zoveel tijd vraagt om zijn hoofd kaal te scheren vraagt me nu het gedekt te knippen. Ik ben een beetje verbaast maar voldoe aan zijn vraag. Als hij later de zaal op gaat wordt er door Wan en Pakai om hem gelachen Ze liggen werkelijk dubbel van het lachen. Wat ik van de uitleg begrijp is dat ze hem vragen of hij van nu ineens op vrouwen valt.
boeiend lijnen spel van de natuur...






Geen opmerkingen:
Een reactie posten