vrijdag 25 oktober 2019

vrijdag 25 oktober 2019 Latifa

Op 16 maart jl. bracht Latifa, een Nederlandse verpleegkundige uit Amsterdam een bezoek aan de tempel. Eerder had zij mij via internet benaderd voor inlichtingen om eventueel als vrijwilliger te komen werken. Door persoonlijke omstandigheden kon dat niet doorgaan en kon ze jammer genoeg maar een dag aanwezig zijn. Met veel belangstelling onderging ze mijn rondleiding. Later schreef ze op mijn verzoek haar indrukken op die ze voor publicatie op mijn blog beschikbaar stelde.


LEVEN IN WAT PRABAT NAMPO

De titel voor dit stuk benoemd bewust leven, want dat is wat ik heb ondervonden in de tempel
Wat Prabat Nampo. Er is veel leven, en het is er in allerlei vormen.

Wat Prabat Nampo is van oudsher een hospice dat zich richt op patiënten met aids.
Voor eenieder die bekend is met de term "hospice" weet dat dit de plek is waar stervenden hun laatste adem uitblazen. Het is de allerlaatste rustplek. Maar deze definitie gaat niet meer op voor WPN.
Er worden namelijk ook patiënten succesvol behandeld met HIV remmers. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de ziekte niet omslaat in AIDS en de doodsvonnis uitblijft. Desalniettemin zijn er patiënten in de tempel aanwezig met halfzijdige verlammingen en blindheid na een beroerte, uitgelokt door de infectie die in veel gevallen te laat is ontdekt.
Ik ontmoet Huub op het terrein van de tempel nadat een jongen van nog geen 20, mij de weg wijst.
Er verschijnt een brede lach op zijn gezicht op het moment dat ik vraag naar "Hoep" zoals hij op z'n Thais wordt genoemd. De jongen wijst enthousiast naar het pand dat op het einde van het terrein ligt,
daar verblijven de patiënten en daar zit Huub. Op dit moment besef ik mij dat Huub in alle jaren die hij heeft doorgebracht in de tempel zijn strepen heeft verdiend. De mensen kennen hem en waarderen zijn inzet. Dit wordt bevestigd als ik zie hoe de gezichten van de patiënten oplichten als Huub de kamer binnen loopt om hen aan mij voor te stellen.
Huub verteld hier al twintig jaar te werken, de laatste jaren steeds vaker alleen. Hij verteld over een tijd waarin vrijwilligers, veelal uit Europa, in grote getalen naar de tempel trokken om er te werken en elkaar soms zelfs voor de voeten liepen. Dat is al lang niet meer zo, het lijkt om de een of andere reden minder aantrekkelijk. Misschien is de spannende sluier van het dodelijke virus gelicht nu we in het Westen succesvolle middelen hebben ontdekt om aids te voorkomen.
Het terrein biedt ruimte aan 150 patiënten. Er zijn aparte huisjes gebouwd voor de patiënten met een tuberculose infectie, om besmetting van andere patiënten te voorkomen. Aan de andere kant van het terrein bevinden zich ook huisjes. Ik vraag Huub naar de bewoners van de trotse hutjes die op lange poten in een nette rij langs het terrein staan. Huub legt uit dat daar de patiënten wonen die zo goed zijn opgeknapt dat zij weer zelfstandig kunnen leven. Sommigen vinden een baan in de stad, sommigen vinden onder lotgenoten in de tempel de liefde van hun resterende levens. Er bloeien relaties op en zij gaan samen in een huisje wonen. ook in dit geval blijft de tempel voor hun zorgen.
Ik ben nieuwsgierig naar de patiënten en hun verhalen maar ik kan niet helpen me ook een beetje voyeur te voelen. Ik merk dat ook zij omgekeerd nieuwsgierig zijn naar mij. Soms spreken ze een beetje Engels en ik voel de onderzoekende blikken. Ze vragen Huub of ik ook kom helpen. "de volgende keer misschien" antwoordt Huub. "voor nu komt ze alleen even kijken".
Terwijl we door de slaapzalen lopen valt het mij op dat het er schoon en netjes is, de patiënten zien er verzorgd uit. Ik vraag mij af wie de dagelijkse verzorging voor al deze patiënten op zich neemt. Huub legt uit dat de sterkere patienten voor de zwakkeren zorgen. En Huub doet uiteraard wat hij kan in de periodes dat hij hier is. Het verbaast me, ik kan het me niet voorstellen, in het ziekenhuis waar ik als verpleegkundige werk is zoiets ondenkbaar. maar we zijn niet in Amsterdam, we nu zijn niet meer eens in Europa en hoe verder van huis, hoe anders de wereld kleurt.

In de loop van de middag komen er steeds grotere groepen mensen langs, ze zijn netjes gekleed en zien er uit alsof dit hun zondagsuitje is. De tempel is namelijk ook een soort museum legt Huub uit. een museum over ziekte en verderf. Zo zijn er beelden gemaakt van de resten van overleden patiënten en er is een wassenbeelden museum met gemummificeerde lijken.
Huub waarschuwt me voordat we de ruimte betreden. Ik kan wel wat hebben, denk ik, ik werk vaak met terminaal zieken en de dood is mij niet onbekend. De lichamen, jong en oud, soms veel te jong, zien eruit alsof ze mensen moeten afschrikken. En dat doen ze, ze liggen opgebaard als een getuigenis dat de ziekte niemand overslaat. Huub vertelt de verhalen achter de lichamen die hij soms heeft verzorgd en gevoed. Hij vertelt de anekdotes, de grapjes, de mooie en verdrietige momenten die hij met ze deelde. Hij wekt ze weer tot leven en opeens voel ik me geen voyeur meer. ik voel mij vereerd op deze plek te mogen zijn, met deze man, en een glimp op te vangen van de passie waarmee hij zich al jaren inzet voor deze kwetsbare groep mensen, zo ver van huis.

Latifa.

Geen opmerkingen: