donderdag 5 juli 2018

Donderdag 5 juli 2018

Ziekenhuis King Narai Lopburi,
Nadat ik even mijn spullen in het guesthouse heb gedeponeerd wil ik nu na werktijd een bezoek brengen aan Pawet die daar zondagmorgen met spoed is opgenomen.
Die morgen had hij hoge koorts en lag er erg ziek bij. De verpleegster wilde hem aan een infuus leggen en vroeg me te helpen oa met het schoon maken van zijn ontstoken ogen die met bloed doorlopen zijn. Ik dep daarna met natte doeken zijn lichaam om de bijna gloeiende huid wat te koelen. Het aansluiten van de infuus lukt niet en Wi, de verpleegkundige ziet dat het niet goed met hem gaat en regelt vervoer voor een opname in het ziekenhuis. Toen ik hem daar maandag opzocht schrok ik van zijn toestand. Hij ligt aan de beademing, is vastgebonden en krijgt bloed bijgezet. Door de beademingsslang in zijn keel kan hij niet praten en wijst met zijn hoofd naar zijn vastgebonden handen, ja natuurlijk zou ik die los willen maken maar dat is voor je eigen veiligheid. Hij heeft nog steeds hoge koorts maar hij herkent me wel. Ik zeg hem dat ik morgen weer terug kom en laat hem weer alleen.
Dinsdag na werktijd weer even bij hem langs geweest, niet de verbetering waar ik zo op gehoopt had, eerder slechter.
Zijn lichaam ziet gezwollen, nog steeds die koorts. Ik masseer een beetje zijn benen en als zijn oogleden een paar keer zijn dichtgevallen besluit ik om weer te gaan.
Nu vanavond als ik de zaal binnen kom zie ik dat hij stervend is. Zijn ogen die half gesloten zijn zijn helemaal troebel, slecht de beademing houdt zijn lichaam in beweging.
Ik vraag me af of dit nog nut heeft dat hij door de machine in deze toestand nog in leven wordt gehouden.
Ik vouw zijn gevuiste handen losjes open en zeg hem dat hij kan stoppen met vechten, leg mijn hand op zijn schouder en streel zijn arm.
Even heb ik het gevoel dat hij op het punt staat om te gaan, maar daarna wordt het ademen weer iets regelmatiger. Ik kan geen pols voelen vanwege de bandages die om zijn polsen zijn gebonden.
Na drie kwartier besluit ik om te gaan, al vind ik het moeilijk om hem alleen te laten.
Thuis gekomen heb ik een kaarsje voor hem aangestoken.

 

Geen opmerkingen: