zaterdag 21 oktober 2017

donderdag 26 oktober 2017

Vandaag ontving ik het verhaal dat vrijwilliger Christa Boot schreef over haar maand verblijf in het aidshospice Wat Prabat Nampo in Lopburi Thailand.

Hi Huub,

Hieronder mijn beloofde stukje. Nogmaals bedankt voor alles.

Groetjes,
Christa

Een maand Wat Pra Baht Nam Phu

Vorige week woensdag nam ik afscheid van de patiënten in `the centre of hope`. Met gemixte gevoelens heb ik hier een maand vrijwilligerswerk gedaan. allereerst moest ik wennen aan het klimaat, de cultuur en de mensen (waarvan niemand op een enkele na Engels sprak). Vooral de eerste dagen zat het mij dwars dat ik de taal niet begreep omdat ik niet wist wat ik kon en mocht doen. Het personeel leek het ook lastig te vinden en deed bijna geen pogingen om mij ergens in te betrekken of iets uit te leggen. Als ik iets wilde weten moest ik daar dus zelf achteraan. Ik moest en zou de taal leren. Elke middag als ik weer in het gasthuis kwam, had ik een waslijst met woorden en zinnen die ik wilde weten. Wi, de gastvrouw van het gasthuis waar ik verbleef, hielp mij daarbij. Doch lastiger dan gedacht. Patiënten keken mij beleefd aan maar begrepen de helft van de tijd alsnog niet wat ik bedoelde. Ik werd ook niet verbeterd waardoor ik ook niet wist hoe ik het dan wel moest uitspreken.
Huub had mij eens gezegd dat iedereen de taal van het hart verstaat dus ik besloot het bij basiswoordjes Thai te laten en mij op de patiënten te richten i.p.v. de taal. Ik ben verpleegkundige en heb ik Nederland wel vaker gezorgd voor mensen met HIV. Door de behandeling daar is hier goed mee te leven en zelfs oud mee te worden. Ik had nog nooit eerder HIV patiënten gezien waarbij hun immuunsysteem daadwerkelijk zo achteruit is gegaan dat er sprake is van aids. Bij elke patiënt komt dat weer anders tot uiting en gaat die daar anders mee om. Ik wilde wat kunnen doen maar wat en hoe? Wat is voor hen van meerwaarde? Ik kwam er achter dat dat precies is wat de meerwaarde is; het feit dat het je raakt. Dat je om ze geeft en iets voor ze wilt betekenen. Someone who cares. Is dat  uiteindelijk niet wat iedereen wilt? Voor mij was het maar een maand dat ik dit kon laten zien. maar de patiënten zelf worden elke dag geconfronteerd met achteruitgang en verlies.
Ik probeerde contact te maken met de patiënten middels het geven van massages, muziek en een dagelijks fruitrondje.
Tijdens het masseren van de patiënten zag ik hun littekens, krachtverlies en wonden maar ook de basiszorg waarbij ik kon helpen zoals scheren, nagels knippen, haren wassen etc. Van een paar patiënten kwam ik deels achter het verhaal achter de persoon (de enkeling die Engels sprak of door de kaart van het lichaam) Bizar wat sommigen hebben meegemaakt..een leven van weinig liefde erin. Ik was ditmaal blij dat mijn gezicht vaak een open boek is en dat zij aan mij konden zien dat hun verhaal mij raakte. Mensen recht in hun ogen kijken en de brok in je keel wegslikken. Een kleine aanraking. Naast deze momenten werd er ook gelachen met name onder de mannen. Soms niet op een fijne manier omdat ze één van de blinde patiënten een tik gaven of belachelijk maakte. Veel mannen blijven haantjes helaas. Maar vaak ook hartelijk. Geen idee waar ze het over hadden maar een enkele keer bespeurde ik mijn naam `Cries-taaa` en was ik blij dat ik voor vermaak kon zorgen. Vaak praatte of zong ik in mijn eigen taal of in het Engels (ik blijf een prater) en hadden zij het woordje `oké` paraat dat ze van mij hadden overgenomen. Dit was een soort spelletje geworden en maakte ons allen aan het lachen. Zoals je ziet is; er is hoop in kleine dingen. Vooral het moment waarop ik één van de patiënten Tanet                                                                
  Tanet

de top 1 hit van de top 2000 liet horen, zal ik niet snel vergeten. Tanet is blind maar dansen kan hij zeker.
Veel patiënten zijn hier door familie achtergelaten. Bij een enkeling komt soms bezoek maar bij de meeste niet. De patiënten moeten het met elkaar doen. Degene die nog redelijk vitaal zijn, doen klusjes zoals schoonmaken, eten uitdelen etc. Er zijn vaak één of twee ziekenverzorgsters aanwezig, die helaas veelal op hun telefoon zitten. Iets dat mij pijn deed om te zien was dat er hier in de terminale fase (=patiënt ligt op sterven) niets aan comfort en kwaliteit van sterven voor de patiënt wordt gedaan. Ook de basiszorg heb ik zien versloffen wat juist extra belangrijk is als mensen volledig afhankelijk zijn. Als westerling zou je een hoop willen veranderen maar zo simpel is dat niet. Desondanks geloof ik ook voor deze mensen in een betere toekomst. Ik ben dankbaar dat ik een maandje mocht meedraaien in de tempel en voor het contact dat ik met de patiënten had. Het zijn mooie mensen en ze hebben mij veel nieuwe inzichten gegeven.

Christa Boot
                  Christa met Sangwan


Geen opmerkingen: